Winkelwagen

Abel, toneellezen met liedjes in de Kinderboekenweek

Abel, toneellezen met liedjes in de Kinderboekenweek

Kinderboekenweek ‘En toen’ - 30 september t/m 11 oktober 2020

Itie van den Berg en Anita Middel, auteurs Abel Toneellezen met een musical

Lees, speel en zing in de kinderboekenweek het verhaal van Abel in je eigen klas! Hoe vergaat het Abel en Krijn op hun reis naar de andere kant van de wereld? En hoe gaat het met Claesje, die achterblijft in Nederland? Een leuk en origineel toneelleesverhaal met liedjes over Abel Tasman, de ontdekkingsreiziger, voor kinderen uit groep 5 t/m 7.

Lezen, spelen en zingen

Toneellezen is een uitdagende vorm van samen lezen en toneelspelen. De lezers kruipen in de rol van een personage en lezen de teksten hardop voor. Ze voeren eigenlijk samen een verhaal op, maar dan met de tekst in de hand. Bij Abel horen vier leuke liedjes die tijdens de opvoering gezongen worden. Alvast een goede voorbereiding op de musical in groep 8. Daag kinderen uit om hun eigen productie te maken voor een zelfgekozen publiek met inzet van verschillende talenten in de groep.

Praktische informatie

Het oefenen van de rollen gebeurt onder leiding van de leerkracht. Het boekje is hier te bestellen en kost € 1,44 per stuk vanaf 100 exemplaren.
De liedteksten, bladmuziek, meezing- en karaokeversies zijn gratis beschikbaar op www.eduforcedigitaal.nl.

Abel lezen tijdens de Kinderboekenweek? Hoe dan? 8 tips voor leesactiviteiten met het verhaal van Abel Tasman in de Kinderboekenweek!

1.Leesdoelen

1. Bbetekenisvol vloeiend hardop lezen
2. Vloeiend hardop lezen met intonatie
3. Begrijpend en belevend lezen
4. Vergroten van het leesplezier
5. Het vergroten van het zelfvertrouwen t.o.v. het lezen

Het inhoudelijk accent van de Kinderboekenweek ligt op het meebeleven van die tijd aan de hand van een tekst. Dit kan uiteraard ook goed gecombineerd worden met vragen van historische aard of opdrachten om iets nader te onderzoeken.

2. Waar werk je naar toe?

Het is fijn en motiverend als de leerlingen een betekenisvol einddoel voor ogen hebben, het liefst samen. Zo koos een dyslectische jongen een hoofdrol in een toneelleesverhaal dat met de hele klas voor ouders werd opgevoerd. Hij heeft zijn rol meer dan 20x geoefend en las uiteindelijk vloeiend, met begrip en met beleving. In de coronatijd is een opvoering voor ouders lastig, hoewel Janneke Maathuis van de Rehobothschool in Oldekerk een mooie oplossing vond met docenten van de muziekschool: filmpjes die samen The making of van Abel lieten zien.

Tip 1: Werk naar een podcast toe. Neem de uitdaging met de groep aan om een Abelpodcast te maken. Neem elke dag het fragment van de dag op en luister met elkaar. Een mooie kans om elkaar feedback te geven. Een fragment kan altijd over. Kies aan het eind van de week een verteller die het verhaal inleidt, gevolgd door passende muziek/lied/geluiden en dan het gekozen fragment. De groep kan aan het eind nog aangeven wat ze van het verhaal vonden.

3. Leesvormen met elke dag een fragment in de Kinderboekenweek

Het toneelleesverhaal van Abel bestaat uit 5 fragmenten. Dat betekent dat de groep elke dag mee kan leven met Abel, zijn dochter Claesje en vooral met Krijn de scheepsjongen. De voorbereiding begint de week voor de Kinderboekenweek. Lees het verhaal een keer met elkaar door. Janneke leest het verhaal voor zonder intonatie en vraagt de kinderen om tips. Die worden opgeschreven als voorkennis bij het lezen met intonatie.

Fragment 1: driekwart pagina 6 rollen
Fragment 2: 1,5 pagina 7 rollen
Fragment 3: 1 pagina 3 rollen
Fragment 4: 3 pagina’s 3 rollen plus groepje
Fragment 5: 1,5 pagina 5 rollen

Tip 2. Estafettelezen: verdeel de groep in 5 groepjes. De kinderen lezen tijdens stillezen het hele stuk voor en bereiden het dan in hun groepje voor met als aandachtspunt: vloeiend lezen (praat met de groep over tips die ze elkaar kunnen geven) en met intonatie lezen (geef een passende tip of ‘model’ een aantal aspecten van lezen met intonatie). Elke dag is een andere groep aan de beurt. Ze treden voor de rest van de klas op met het verhaal in de hand.

a. zijn er in de klas meer dan 24 leerlingen dan kunnen zij een extra opdracht meekrijgen, zoals: laat spelletjes uit die tijd zien, doe de hakadans (zie Extra opdrachten). Ook dan zullen ze de tekst moeten lezen en begrijpen waar het over gaat om de juiste keuzes te maken.

b. de verteller kan als extra taak krijgen dat hij of zij even weer herhaalt wat er de vorige dag is verteld over Abel.

Tip 3. Binnen- en buitenkring. De hele groep leest het fragment van de dag. Verdeel de groep in twee groepen die allemaal een rol krijgen. Van elke rol zijn er twee spelers. Het verhaal wordt twee keer voorgelezen. De verteller in de buitenkring begint, rol 1 uit de binnenkring antwoordt, rol 2 uit de buitenkring speelt daar weer op in en zo wordt het hele fragment gelezen. Daarna gaat het verhaal nog een keer, alleen begint nu de verteller van de binnenkring etc. Zijn er kinderen over die geen rol hebben, dan kunnen zij een extra opdracht krijgen en die met een groepje uitvoeren. Dan legt de leerkracht het verhaal op het juiste moment stil om die groep de ruimte te geven om bijvoorbeeld de spelletjes te laten zien. De leerkracht kan ook een regisseur bij de kinderen aanwijzen. De volgende dag doet de klas dit opnieuw met fragment 2.

Tip 4. Gekleurde hoofden. De hele groep leest het fragment van de dag. Verdeel de rollen over alle kinderen aan de hand van gekleurde briefjes. Er kunnen dus 2 vertellers en 3 meisjes 1 zijn. Iedereen bereidt de tekst van de rol voor met een tafelmaatje. Die mag feedback geven op vloeiendheid en intonatie. Dan nodigt de leerkracht alle kinderen met een rood briefje uit om hun rol in het fragment te spelen. Bij de meeste fragmenten kan de leerkracht een andere kleurgroep opnieuw het verhaal laten lezen.

Tip 5. Kritische toeschouwer of toehoorder. Kies een aantal kinderen die die dag de rol van kritische toeschouwer kunnen spelen. Na afloop van het lezen wordt aan hen gevraagd om te vertellen wat ze hebben gehoord, gezien en welke persoon in het stuk goed naar voren kwam door het lezen van de tekst. Deze vorm kun je ook doen door die kinderen met de rug naar de spelers/lezers te laten zitten en te vragen bij welk persoon ze een beeld kregen toen ze luisterden (bij vloeiend lezen, met intonatie, voorgelezen door iemand die snapt wat hij of zij leest, is de kans heel groot dat de toehoorder een beeld krijgt bij de tekst).

Tip 6. Karaoke-lezen. Laat kinderen op dag 1 het verhaal stillezen. Lees het verhaal op dag 2 in tweetallen: zij doen samen 1 rol die ze voorbereiden. Kind 1 leest de rol, kind 2 leest karaoke mee. Dan wisselen de rollen. Dat doen ze nog 2x, maar nu met feedback van elkaar. De leerkracht geeft aan waar kinderen elkaar feedback op kunnen geven: vloeiend lezen, met intonatie lezen, met pauzes, aandacht voor leestekens. Schrijf op het bord waar het om gaat. Lees het verhaal dag 3 weer opnieuw met de hele groep hardop. Voor elke rol zijn twee kinderen. A en b. Geef per pagina aan welke kinderen aan de beurt zijn, a of b.

Tip 7. Hoe zou het zijn als… Het thema van de Kinderboekenweek heeft als doel om kinderen mee te laten leven met personages uit het verleden in de context van toen. Introduceer het verhaal over de droom van Abel Tasman, een jongetje uit een klein dorpje, om met een schip de grote wereld te ontdekken. Lees elke dag een stuk samen. Laat kinderen in tweetallen werken. Stel inlevingsvragen. (zie lijstje) die ze met tweetallen gaan beantwoorden.

Tip 8. Hoorspelversie. Lees het verhaal met de hele groep. Neem zelf de vertellersrol. De kinderen kunnen allemaal een rol krijgen. Jongen 1 en 2 kunnen per pagina variëren en de meisjes 1 en 2 ook. Laat kinderen hun rol markeren met een stift of potlood in hun Abel-verhaal. Dan zijn er 11 rollen plus 5 andere rollen (zie pag. 2) plus de Maori-kinderen. Verdeel daarna de 9 bladzijden over tweetallen. De kinderen lezen hun bladzij en denken na over bijpassende geluiden. Ze zoeken uit hoe ze die geluiden kunnen maken. Geluiden opzoeken op internet mag ook. De volgende dag wordt het verhaal nog een keer hardop voorgelezen en zorgen de kinderen voor de geluiden bij de door hen uitgekozen zinnen en situaties. Deze geluiden kunnen ook een rol krijgen in de podcast.

Met dank aan Janneke Maathuis van de Rehobothschool.

Extra opdrachten

Zie de voorbeeldbestanden op www.eduforcedigitaal.nl.

1. Speel spelletjes uit die tijd.
2. Zoek een filmpje op van iemand die op de rode loper loopt met een gouden kalf en zoek een afbeelding van de wereld zo plat als een pannenkoek.
3. Maak een talisman en zorg voor een houten kistje of zing mee met de tekst ‘Hij komt wel weer terug’
4. Zing de tekst van ‘Epo i tai’ en doe de hakadans erbij, zorg voor het geluid van een trompet en het blazen op een schelp en laat dat horen op de juiste momenten.
5. Zing de tekst van Tasman op zee/Droom groot mee met het audiobestand.

Inlevingsvragen

1. Abel heeft als jongetje een grote droom (blz. 3): hij wil de wijde wereld zien. Zegt hij: het is maar een droom en speelt hij dan verder? Heb jij ook wel eens een grote droom? Welke? Ga jij die droom ook waar maken? 2. Krijn weet dat de wereld rond is (blz. 4). Stel dat jij de andere scheepsjongen bent op het schip van Abel Tasman, De Zeehaen. Jij gelooft Krijn niet. Waar ben je bang voor? Krijn vertrouwt op Columbus. Schrijf een korte dialoog.
3. Claesje geeft Krijn een talisman (blz. 5). ‘En blijf dicht bij mijn vader’ zegt ze. ‘Dan komen jullie heelhuids terug.’ De walvisstaart staat voor wijsheid en een lang leven. Het werd veel gedragen door Maori vissers die de zee opgingen om te jagen. De volwassenen op het schip kregen bijna ruzie met de Maori’s. Krijn juist niet. Jij bent Krijn. Leg Claesje uit hoe dat in elkaar zit.
4. Kijk naar het filmpje van de hakadans en spiegel een aantal bewegingen.
5. Maak een woordenlijst van de Maori-woorden voor de vader van Claesje (blz. 10) en vertel hem waarom het zo belangrijk is de taal te spreken.

Itie van den Berg en Anita Middel, auteurs Abel Toneellezen met een musical

Gerelateerde Berichten