"Ik vind Levelwerk niet leuk"
In deze blog geven we antwoord op de vraag: Hoe begeleid en coach ik hoogbegaafde leerlingen op school met Levelwerk zodat ze het maximale uit zichzelf halen?
Van tijd tot tijd krijgen we vragen van leerkrachten of ouders over Levelwerk. Een mooi voorbeeld is de volgende vraag:
'Onze dochter van zeven jaar is hoogbegaafd getest. Ze doet levelwerk maar loopt vast omdat ze in veel opties denkt. Ze ziet dan meerdere oplossingen of methodes en stopt dan of start niet eens. Een half uur begeleiding is daarbij te weinig. De school wil nu het Levelwerk stoppen omdat ze niet meer begeleiding kunnen aanbieden. Hebben jullie hier tips of adviezen voor? Teruggaan naar regulier onderwijs spreekt me niet zo aan.’
We zien vaker dat leerlingen voor wie Levelwerk een passend aanbod is toch op de een of andere wijze moeite hebben met dit pakket. Levelwerk is voor slimme leerlingen een passend aanbod, maar wel op een next level niveau. Leerlingen die gewend zijn om met twee vingers in de neus het reguliere schoolwerk te maken schrikken van het feit dat het nu niet zo gemakkelijk lukt. Deze schrik kan leiden tot onzekerheid, onrust, gevoel van falen en zelfs verlamming. Een logische vluchtreactie ligt op de loer en leidt tot de gedachte: ‘Hier ga ik niet aan beginnen’. Kinderen kunnen dan een externe attributie houding aannemen. Dit betekent dat ze de oorzaak waarom Levelwerk niet lukt niet bij zichzelf zoeken (‘ik vind het moeilijk’), maar een oorzaak buiten zichzelf aanwijzen (‘ik vind er niks aan, het is saai, het lijkt me niet zo leuk’). Met deze insteek blijft het kind zelf feitelijk buiten schot. De eigenwaarde, het zelfbeeld en ook de status in de klas (een slimme leerling) wordt niet aangetast. Een interne attributie houding, aangeven dat je het moeilijk vindt of dat je het niet snapt, vergt moed. De durf van leerlingen om zich kwetsbaar op te stellen kan leiden tot smalende reacties van anderen, leerlingen en volwassenen (‘zo slim ben je dus niet’). Dit kan weer leiden tot een vicieuze cirkel van angst, demotivatie en onderpresteren. Toch is het leren omgaan en het overwinnen van deze angst de belangrijkste les in de leerontwikkeling.
De oorzaak van zo’n situatie moet niet bij de leerling worden gezocht. Het is ook niet een typisch hoogbegaafdheidsprobleem. Het kind heeft in het onderwijs onvoldoende ervaring opgedaan in leergedrag, leren omgaan met fouten maken, leren falen en leren doorzetten, allemaal aspecten die bij leren leren horen. Feit is wel dat deze situatie bij cognitief talentvolle leerlingen vaker voorkomt en dat is een tekortkoming van de school.
Het begeleiden van leerlingen in Levelwerk vraagt wat tijd en tact. Belangrijke basistips vind je op https://www.eduforce.nl/blog/post/levelwerk-begeleiding-door-de-leerkracht/
Leerlingen die in bovengenoemde situatie zitten hebben een extra vorm van begeleiding nodig. Doel is om uit de impasse te komen en leerlingen te leren om de stap en de durf naar moeilijker werk te maken. De belangrijkste voorwaarde is dat er voor de leerling sprake is van een veilige leeromgeving. Het gevoel van veiligheid, erbij horen en gezien worden door volwassenen en medeleerlingen is een basisbehoefte voor alle leerlingen. Een tweede voorwaarde is de erkenning van deze situatie door leerling, leerkrachten en ouders. Het is van belang om een concrete leerbehoefte te formuleren waarover eenstemmigheid is. In dit geval: Leer mij om moeilijk werk te maken, waarin ik fouten mag maken.
Dit principe vinden we terug in deze driehoek:

De kern van goed onderwijs is dat kinderen iets leren. Daarbij gaat het enerzijds om de inhoud, wát leren we onze kinderen en anderzijds om het proces, hoe versterken we de leervaardigheden. Deze leerontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door een goede samenwerking tussen kind, ouders en de leerkracht. Daarbij zijn twee aspecten van belang:
- Een veilige leersetting, betrokken ouders, professionele leerkrachten.
- Een optimale samenwerking. Deze samenwerking wordt het meest duidelijk door de assen van de driehoek. Als de assen ononderbroken zijn, is er sprake van een eenduidige aanpak, vertrouwen in elkaar en respect voor ieders positie.
In deze driehoek is er een streepjeslijn in plaats van een vaste lijn. Dit betekent dat er geen vaste en vertrouwde basis is. Kortgezegd, als er geen vertrouwen is tussen de betrokken personen vervliegt de leerontwikkeling.

Het concrete antwoord op de vraag van de ouder:
Vervelend om te horen dat het voor uw dochter niet goed uitpakt. Wij willen natuurlijk niet in het vaarwater van de school terechtkomen maar wij willen wel een paar goede tips meegeven. Wij denken dat er meer sprake is van angst voor fouten en dat de verklaring die zij zelf geeft wat camouflage is. Maar, wij kennen de situatie niet en daarom zijn wij voorzichtig in onze uitspraken. In het Handboek van SiDi PO besteden we uitgebreid aandacht aan (het onderscheid in) leerbehoeften en onderwijsbehoeften. U kunt overwegen om de school daar op te wijzen en de school kan wellicht de lijsten (in SiDi PO) Leervaardigheden en Leergevoel invullen om het beeld scherper te krijgen.
Werkwijze voor een aanpak
Beeld van de feitelijke situatie:
1. Wat is de feitelijke situatie? Het meisje begint niet aan haar taak. Komt dit voor bij alle onderdelen van Levelwerk of is er een onderscheid waar te nemen? Hoe is dit bij het reguliere werk? Zie je daar dit beeld ook? Doel is om de feitelijke situatie in beeld te brengen, zonder aannames en eigen invullingen.
2. Wat is de verklaring van het meisje zelf om niet te beginnen. Laat haar in eigen woorden vertellen waarom ze niet begint. Vul zelf als luisteraar niet in. Laat je eigen aannames los. Vraag door en vraag om een toelichting. Vraag naar een voorbeeld van wat het meisje denkt en voelt bij een opdracht waaraan ze niet begint. Vraag ook naar voorbeelden waar het wel lukt.
Ga na of de aarzeling voortkomt uit geen keuze kunnen maken omdat ze te veel keuzes heeft of dat er een angst is dat het niet succesvol lukt of het antwoord niet goed is. Veel slimme leerlingen, zeker op deze leeftijd, willen het graag goed doen en hebben moeite met fouten en falen.
De leerbehoefte in kaart brengen:
3. Wat is de gewenste situatie? Wat zou het meisje graag willen leren. Niet inhoudelijk maar in het proces van leren. Voorbeeld: ik wil graag een taak maken waarbij ik leer dat het antwoord fout mag zijn of dat het antwoord anders is dan wat verwacht wordt.
Het vergt van de begeleider geduld en tact om deze fase te doorlopen. Help bij het formuleren van het antwoord maar vul niet te snel zelf in. Geef aan het eind een samenvatting.
4. In welke situatie laat zij al zien dat ze dit doel al beheerst. Bevraag en geef zelf ook een beeld van wat jij ziet. Bijvoorbeeld: als je met deze rekentaken bezig bent zie ik dat je wel vlot begint.
Concrete oefening:
5. Vraag haar welke hulp zij van wie nodig heeft om het leerdoel te halen. Bijvoorbeeld: ik wil graag dat meester of juf mij even helpt om de eerste stap te zetten. Beschrijf samen wat er kan gebeuren als het lukt en als het niet lukt. Probeer dit zoveel mogelijk te laten verwoorden door het meisje zelf.
6. Vraag haar met welke opdracht ze wil beginnen om te oefenen om het leerdoel te halen?
Concretiseer de opdracht zo scherp mogelijk. Welke (deel)opdracht? Laat haar een keuze maken. Geef aan dat het om een oefening gaat en dat het niet vanzelfsprekend is dat het lukt.
De uitvoering en daarna:
7. Geef de opdracht en de tijd om de opdracht te maken. Laat haar even alleen, maar houd een oogje in het zeil en kijk wat we feitelijk gebeurt. Koppel dit terug zonder in te vullen. Dus niet: 'ik zag dat je onzeker was om te beginnen' (aanname), maar 'ik zag dat je niet meteen begon met je taak' (feit).
8. Vraag naar hoe ze verder wil. Wat is je volgende doel?
Daarna langzaam uitbouwen.
Jan Kuipers, onderwijsadviseur hoogbegaafdheid en auteur van onder meer Levelwerk en Een plus voor de plusklas.