Winkelwagen

De drie kritieke momenten in de basisschool

De drie kritieke momenten in de basisschool

Voor cognitief talentvolle en (hoog)begaafde leerlingen zijn er op school drie momenten die spannend zijn: de start in groep 1, de overgang van groep 2 naar 3 en de overgang van groep 5 naar 6.

Jan Kuipers, auteur van Sidi PO
Bij binnenkomst

Een vierjarige die met hoge verwachtingen voor het eerst naar school mag, kan erg teleurgesteld worden als het lesaanbod niet uitdaagt tot leren. Om die reden is een goed beeld van de leerling, door ouders en de pedagogisch medewerker van belang. In Sidi PO zijn voldoende mogelijkheden om het beeld van de leerling in kaart te brengen.

Start groep 3

Een leerling met een didactische voorsprong die al verder is met lezen en rekenen, maar in de eerste weken van groep 3 moet meedoen in de gemiddelde lijn, wordt teleurgesteld en gedemotiveerd. Iets wat blijvend nadelig is voor de leerling. Een goede overdracht van groep 2 naar groep 3 is dus van groot belang. Om die reden hebben we ‘Stap 15 – Profiel eind groep 2’ toegevoegd. De leerkracht van groep 2 kan de collega van groep 3 informeren over het niveau van de leerling. De leerkracht van groep 3 kan vanaf de start meteen aansluiten bij de leerling.

Start groep 6

Een leerling die op jonge leeftijd een indicatie van een ontwikkelingsvoorsprong of een hoge intelligentie heeft (bijvoorbeeld op basis van een intelligentietest), kan eind groep 5 in de problemen komen, omdat er sprake is van een tijdelijke ontwikkelingsvoorsprong.

Uit de literatuur en uit ervaring blijkt dat een intelligentiemeting pas voorspellende waarde heeft vanaf het achtste of negende jaar. Voor die leeftijd kan men wel een intelligentiebepaling doen, maar neemt de voorspellende waarde af naarmate het kind jonger is. Dit betekent dat in de loop van groep 5 het beeld van een ontwikkelingsvoorsprong kan afvlakken. De leerling moet meer op eigen benen staan, de inhoud van het lesaanbod wordt abstracter, het leren door voor- en nadoen wordt minder.

Het is dus belangrijk om eind groep 5 een indicatie te hebben: is er sprake van een tijdelijke ontwikkelingsvoorsprong of is er echt sprake van een cognitief talent/hoge begaafdheid. Hierbij moet wel worden vermeld dat het aanbod in groep 5 gericht moet zijn op het uitdagen van de leerling, dus een aangepast lesaanbod. Als er geen uitdagend werk op niveau wordt aangeboden, krijg de leerling niet de kans om te laten zien wat hij/zij in huis heeft. De eventuele afvlakking van een voorsprong is dan het gevolg van een ontoereikend aanbod.

Een ander struikelblok heeft te maken met de verwachtingen van de leerling. Als die naar de bovenbouw gaat, groep 6, kan het idee bestaan dat de lessen nu zullen gaan over de ‘grote dingen’, de wereld, de natuur, andere landen, geschiedenis, planeten. De verwachtingen zijn hoog en als het dan tegenvalt is de kans op demotivatie groot.

Om deze twee redenen hebben we ‘Stap 15 – Profiel eind groep 5’ toegevoegd. De leerkracht van groep 5 kan de collega van groep 6 informeren over het niveau van de leerling. De leerkracht van groep 6 kan vanaf de start meteen aansluiten bij de leerling.

Jan Kuipers, auteur van Sidi PO

Gerelateerde Berichten